Programmeertaal Java: wat is het en hoe werkt het?

Java programmeertaal

Het tijdperk waarin programmeertaal Java de trend was, ligt inmiddels ver achter ons. Programmeurs worden tegenwoordig overspoeld met hippe programmeertalen zoals Go, Python, Ruby, et cetera. Daarnaast schieten programmeertalen als paddenstoelen uit de grond, waardoor Java een overblijfsel lijkt van web 1.0. Maar niets is minder waar. Java is nog steeds een van de meest gebruikte programmeertalen van de wereld. De programmeertaal wordt continu doorontwikkeld, zodat zij blijft voldoen aan de eisen van onze maatschappij. Over de baankansen als Java-programmeur hoef je je dus geen zorgen te maken.

Programmeertaal Java

In 1995 introduceerde Sun Microsystems (tegenwoordig onderdeel van Oracle) de programmeertaal Java. Fun fact: de programmeertaal dankt haar naam aan de vele bakjes koffie die de programmeurs toen dronken. De programmeertaal is inmiddels onmisbaar: veel applicaties en websites kunnen niet meer zonder.

Java is een objectgeoriënteerde en platformafhankelijke programmeertaal. Objectgeoriënteerd verwijst naar objectgeoriënteerd programmeren. Hierbij worden bestanden en gegevens als objecten beschouwd, die uitsluitend bestuurd kunnen worden door de programmeur. De programmeur geeft dus opdrachten aan objecten in de dataset. Tijdens het objectgeoriënteerd programmeren structureer je programma’s, zodat je objecten uit de data kunt onderhouden en hergebruiken. Daarom zou je – vanuit technisch perspectief – geen nieuwe toepassingen kunnen implementeren met Java.

Een platformonafhankelijke programmeertaal

Java is tevens platformonafhankelijk. Dit betekent dat de programmeertaal op vrijwel elk apparaat te gebruiken is. Hierom noemt men Java ook wel een multiplatform. Het verschil tussen multiplatformen en klassieke programmeertalen betreft deze (on)afhankelijkheid. Bij klassieke programmeertalen wordt code automatisch omgezet naar code die een computer begrijpt. Dit is makkelijk, aangezien er geen tussenschakel nodig is die onleesbare code leesbaar maakt. Oftewel: compileert. Bij klassieke programmeertalen hoeft dit niet, aangezien dit een automatisch proces is. Een nadeel hiervan is dat de code leesbaar is en werkt voor één specifiek systeem, zoals Microsoft Windows. De code werkt niet op systemen zoals Apple of Linux. Bij multiplatformen zoals Java heb je dit probleem niet. De geschreven code wordt in dit geval ook standaard gecompileerd. Het resultaat van deze compilatie is – in tegenstelling tot een klassieke programmeertaal – een bytetaal. Dit is een machinetaal die voor elk systeem begrijpelijk is.

De toepassingen van Java

Het oorspronkelijke doel van Sun Microsystems was het ontwikkelen van een programmeertaal voor huishoudelijke apparaten, zoals televisies en koelkasten. De beginjaren van Java waren echter niet gemakkelijk. Door het ontstaan van het WorldWideWeb en de populariteit hiervan, maakte Sun Microsystems een ommezwaai. ‘Onze programmeertaal zou weleens gebruikt kunnen worden in een webomgeving’, werd de heersende gedachte. Zo gezegd, zo gedaan. Programmeurs gebruiken Java anno 2019 met name voor het ontwikkelen van webapplicaties. Daarnaast gebruiken zij de programmeertaal voor mobiele apps en videogames. Binnen websites zijn zogenaamde Java-applets populair. Dit zijn kleine programma’s die geschreven zijn binnen Java. De applets worden ingebed in een webpagina’s. Het doel van applets is het uitbreiden van de mogelijkheden van een webpagina’s. Vanwege deze extra toepassingen is de programmeertaal zo populair bij grote spelers zoals Google, LinkedIn en YouTube.

En JavaScript dan?

Java en JavaScript mogen dan wel bijna dezelfde naam hebben, maar in feite hebben de twee programmeertalen weinig overeenkomsten Enkele verschillen op een rijtje:

  1. Java is een programmeertaal; JavaScript is een scripttaal. Programmeertalen laten computers grote opdrachten uitvoeren. Scripttalen worden ingezet voor het uitvoeren van kleine, veelvoorkomende taken. JavaScript is dus een stuk beknopter.
  2. Java staat los van het web en kan in elke virtuele machine worden uitgevoerd. JavaScript niet; zij ondersteunt vaak een grotere functie binnen het web.
  3. Bij Java moet je vooraf aangeven hoe de door jou ingevoerde variabelen precies zijn opgebouwd. De programmeertaal bevat zogenaamde strong-typed variabelen. Bij JavaScript hoeft dit niet; JavaScript bevat weakly-typed variabelen. Java werkt met grote applicaties, waardoor typering uit voorzorg belangrijk is. Zo kun je op tijd ontdekken of je jouw data juist gebruikt. Het opgeven van datatypen zorgt echter wel voor meer complexiteit tijdens het coderen. Daarom is typering vooraf bij JavaScript onnodig, aangezien deze scripttaal ingezet wordt voor korte, kleinere applicaties.

Waarom Java?

  1. Java is ontworpen voor grote machines met meerdere rekenkernen. De programmeertaal werkt met honderden stimuli tegelijkertijd zonder dat alles in de soep loopt. Websites met veel verkeer kiezen daarom vaak voor Java.
  2. Java is vaak de eerste programmeertaal die studenten leren. Dit is de moedertaal onder alle programmeertalen. Iedereen begrijpt het en kan ermee werken.
  3. In de computerwereld is men niet bepaald fan van Java. Maar laat de programmeertaal nou nét de basis zijn van het Android-platform, dat de afgelopen jaren explosief is gegroeid. In andere woorden: het marktaandeel van de programmeertaal is enorm.
  4. Java is open source. Er zijn tegenwoordig genoeg library’s te vinden met een open source-licensie. Een fijne bijkomstigheid voor programmeurs.

Java gaat hand in hand met veel controverse en kritiek. Echter, Java zal nog lang niet uitsterven. Er zijn genoeg bedrijven en organisaties vinden die de programmeertaal inzetten, en dat is niet voor niets.

Posted on 13 februari 2019

Share the Story

Back to Top